Biomassa is een verzamelnaam voor diverse stoffen en materialen van dierlijke en plantaardige oorsprong, die gebruikt worden voor energieopwekking (warmte, elektriciteit en motorbrandstof).
Bio-energie is een duurzame energiebron. Het is organisch materiaal, afkomstig van planten, bomen of dierlijke mest. Net als olie, kolen en gas kan biomassa worden omgezet in warmte en elektriciteit. In tegenstelling tot deze fossiele brandstoffen halen planten en bomen door groei en nieuwe aanplant evenveel CO2 uit de lucht als er bij verbranding weer vrijkomt. De CO2-kringloop is dus gesloten. Het totale proces is dus CO2-neutraal.
De reststromen van biomassa kunnen ingedeeld worden in twee belangrijke groepen:
1. Energieteelten met daarin de energiegewassen zoals suiker, zetmeel of oliehoudende gewassen
2. Organische fracties met daarin houtafval, akker en tuinbouwresidu's, GFT en Groenafval, mest, waterzuiveringsslib, huishoudelijk restafval, stortgas en organische bedrijfsafvalstoffen.
Het is belangrijk om afval niet per definitie als een milieuvriendelijke brandstof te zien. Het is beter voor het milieu om het ontstaan van afval zoveel mogelijk te voorkomen (preventie). Over het algemeen is het ook minder milieubelastend om het afval dat dan toch ontstaat, te hergebruiken (recycling). Oud papier kan bijvoorbeeld nog lang een goede grondstof zijn voor nieuw papier. Is er voor biomassa-afval geen nieuwe bestemming, dan kan het gebruikt worden voor het opwekken van energie.







